Selecteer een pagina

Camille Claudel

En dan begint een zoektocht, jaren geleden. Want wie kan vandaag de dag zeggen dat alles is gezegd over Camille Claudel? Ruim twintig jaar geleden begon mijn zoektocht. Op een zaterdag in mei 1993 heb ik haar gevonden. Of beter gezegd, heeft zij mij gevonden. Het was liefde op het eerste gezicht en het begin van een onverbrekelijke verbintenis die alle dimensies overstijgt.

Voorjaar 1993 bezoek ik de Franse hoofdstad omdat ik een afstudeeronderwerp voor mijn doctoraalscriptie nodig heb. Ik studeer Kunstgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht en wil graag afstuderen op een vrouwelijke kunstenaar die in het Parijs van de Belle Époque heeft geleefd. Na een week struinen door diverse musea, archieven en bibliotheken, waar ik veel vrouwelijke kunstenaars ontdek, heeft die ene ultieme zich nog niet aangediend. Het intrigeert me dat er zoveel vrouwelijk talent heeft bestaan en ik ben vastbesloten dit ooit verder te onderzoeken. Om mijn gedachten te verzetten en mijn quest even los te laten, besluit ik Musée Rodin te bezoeken. Tijdens de kunstgeschiedeniscolleges in Utrecht is Auguste Rodin regelmatig ter sprake gebracht als vader van de moderne beeldhouwkunst. Ik wil zijn monumentale sculpturen weleens met eigen ogen aanschouwen.

Musée Rodin is sinds augustus 1919 gehuisvest in het achttiende-eeuwse Hôtel de Biron. Vanaf 1908 tot zijn dood in 1917 heeft Rodin dit huis gebruikt als atelier. De prachtige tuin is een oase van rust te midden van de drukke stad en ik kan me goed voorstellen dat Rodin hier graag kwam. Op mijn gemak slenter ik door zijn tuin en ontwaar onder andere La Porte de l’Enfer, Les Bourgeois de Calais, Le Balzac en Le Penseur. In het echt zijn deze beelden nog imposanter dan op foto’s. Ik ben onder de indruk van de monumentaliteit en de expressie van zijn werk. Wanneer ik het oude Hôtel binnenloop, is het alsof de tijd stilstaat. Dromerig loop ik door de verschillende zalen en geniet van de fraaie werken. Tot ik plotseling oog in oog sta met beelden die zo totaal anders zijn dan alle voorgaande. Ik sta aan de grond genageld en kan mijn ogen er niet vanaf houden. Deze sculpturen zijn zo sierlijk, fragiel en kwetsbaar, maar tegelijkertijd zo krachtig. De beelden lijken wel bezield. De zon, die door de ramen naar binnenschijnt, geeft ze nog een extra schittering. Deze sculpturen kunnen niet van Rodin zijn. Ik vraag me af wiens handen deze werken gecreëerd hebben? De zaaltekst geeft antwoord. Camille Claudel. Een vrouw. Een beeldhouwster?! Ik heb nog nooit van haar gehoord, maar weet dat mijn afstudeeronderwerp zich aan mij heeft geopenbaard. Toeval bestaat niet, het valt je toe, op de meest onverwachte momenten.

Al snel kom ik erachter dat Camille Claudel ruim 10 jaar met Rodin heeft samengewerkt, als zijn rechterhand en zijn muze. Ze heeft zelfs enkele jaren een onstuimige relatie met de man gehad. In 1892 verlaat zij zijn atelier om zelfstandig verder te gaan. Aanvankelijk hebben ze nog contact met elkaar, maar na verloop van tijd wil Camille niets meer van Rodin weten. Hij raakt gefrustreerd doordat met haar ook zijn inspiratie vertrokken is. Ondanks zijn toenemende bekendheid en de praticiens die hem bijstaan, stagneert zijn eigen creatieproces. Zij is succesvol, maar de tijd zit haar niet mee. Een talentvolle vrouw die een eigen carrière nastreeft, wordt niet geapprecieerd in de negentiende eeuw. Immers, een vrouw uit de gegoede burgerij heeft geen beroep; zij moet trouwen, kinderen krijgen en in de huiselijke sfeer verblijven. Camille Claudel houdt zich niet aan deze burgerlijke moraal. Zij trouwt niet en streeft een carrière als statuaire (beeldhouwer) na. Met veel pijn en moeite lukt het haar succesvol te zijn in het misogyne Fin-de-Siècle, ondanks het feit dat zij beduidend minder verdient dan haar mannelijke collega’s. Het is een zwaar bestaan om als zelfstandige vrouw te opereren in de male-gazed kunstwereld, vooral als je te maken krijgt met vernielingen en mishandelingen. Bovendien heeft men de neiging in de tweede helft van de negentiende eeuw om alleenstaande, werkende vrouwen aan te zien voor publieke vrouwen. Camille wil daar niets mee te maken hebben, kunst is haar enige passie. Ze begeeft zich zo min mogelijk op straat en het uitgaansleven laat zij bewust links liggen. Echter, in een stad als Parijs floreren de lichte zeden en wordt er al snel schande gesproken over vrouwen die zich niet gedragen volgens de kleinburgerlijke moraal. Haar broer Paul streeft een diplomatieke en literaire carrière na en kan zich geen excentrieke zuster permitteren. In 1913, daags na het overlijden van hun vader, zorgt hij ervoor dat zijn zus krankzinnig wordt verklaard. Op 10 maart 1913 wordt Camille opgesloten in een psychiatrische inrichting. Dertig lange en eenzame jaren van gevangenschap volgen, totdat zij op 19 oktober 1943 haar laatste adem uitblaast. In de kunstwereld is men haar naam allang vergeten en staat ze volledig in de schaduw van Rodin en haar broer Paul, die na haar internering niet alleen ambassadeur van Frankrijk is geworden, maar ook een succesvol dichter.

Iedereen die mijn boek zorgvuldig leest, zal niets anders kunnen concluderen dan dat Camille Claudel een zeer talentvolle en vernieuwende kunstenares is geweest die haar rechtmatige positie in de kunstgeschiedenis dubbel en dwars verdient. Zij is zoveel meer dan een leerling van Rodin, laat staan de waanzinnige zus van Paul Claudel. Het is de hoogste tijd om dit soort gecreëerde waarheden – mythes – te ontrafelen.

Le temps remettra tout en place …… Justice pour Camille Claudel.

© Karin Haanappel
voorjaar 2017